Een kleine vrouw, 37 jaar is ze, staat in Kamp Amersfoort op een krakende stoel. Ze is nu verantwoordelijk voor bijna 500 verzwakte gevangenen die de nazi's hebben achtergelaten.

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Om de oorlogsjaren ook nu nog een gezicht te geven, startte onder de naam 'de Tweede Wereldoorlog in 100 foto's' een grote landelijke zoektocht naar foto's die een goed beeld van die tijd geven. Ook uit de provincie Utrecht kwamen indrukwekkende foto's.


Loes van Overeem temidden van bevrijde kampgevangenen in Amersfoort. Foto: Beeldbank NIOD

Op 20 april 1945 wappert een witte vlag met een rood kruis boven het concentratiekamp tussen Amersfoort en Leusden. De geallieerden naderen. De Duitse kampleiding heeft het zogenoemde Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA) overgedragen aan Loes van Overeem, vertegenwoordigster van het Rode Kruis en al geruime tijd de enige vrouw die met de commandant mocht onderhandelen over hulp aan de gevangenen. De Witte Engel wordt ze genoemd.

Dolle dinsdag

Loes van Overeem had ruim een half jaar eerder als hulpverleenster in Kamp Vught met eigen ogen moeten toezien hoe in de chaos rond Dolle Dinsdag 3400 gedetineerden halsoverkop naar Duitse concentratiekampen werden afgevoerd. Kort daarna had ze ontdekt dat 117 gevangenen in de omgeving waren geëxecuteerd. Toen anderhalve week later geallieerde parachutisten bij Arnhem en Nijmegen waren geland en de bevrijding nabij leek had ze onmiddelijk begrepen dat de Nederlanders in Kamp Amersfoort hetzelfde lot wachtte.


Auto van het Rode Kruis bij Kamp Amersfoort. Foto: Beeldbank NIOD

Nog diezelfde dag reed Van Overeem van haar huis in Den Haag naar Amersfoort. En daar weigerde ze pertinent om nog te vertrekken. Nadat ze enkele dagen op de vloer van een kale, koude kamer had doorgebracht realiseerde kampcommandant Karl Peter Berg dat deze kordate vrouw niet zou wijken. Gaandeweg kreeg ze een matras, vervolgens een bed en uiteindelijk zelfs een zusterpost in het kamp. Bijgestaan door onder meer haar man, die als arts spreekuur in het kamp hield, zette ze zich ondanks het sadistische bewind van de Duitsers tot ver na de bevrijding in voor het welzijn van de gevangenen.

Ambulanceritten

Loes Ziegenhardt had haar geliefde Bob van Overeem ontmoet toen de Tweede Wereldoorlog in 1940 ook in Nederland was uitgebroken. Ze werkte als Rode Kruisvrijwilligster in het ziekenhuis van Breda. Bij de inval van de Duitsers verzorgde ze gewonden van beide partijen en hielp ze gesneuvelden begraven. Na de capitulatie reed ze ambulanceritten tot diep in Frankrijk om geëvacueerde Bredanaren, vluchtelingen en gewonde Nederlandse militairen te repatriëren.


Geëvacueerde burgers van Breda in een vluchtelingenkamp in Frankrijk, 17 juli 1940. Foto: Beeldbank NIOD

Internist in opleiding Bob van Overeem had de medische leiding over de tochten. De samenwerking leidde tot een verhouding en Loes, die al langer een slecht huwelijk had, scheidde in 1941 van haar eerste man. Een jaar later trouwde ze met de protestantse dokter en dat veroorzaakte een pijnlijke breuk met haar Rooms-Katholieke omgeving.

Hun werk had het stel inmiddels verlegd naar hulpacties voor politieke gevangenen. Die werden aanvankelijk vastgezet in het 'Oranjehotel' in Scheveningen, maar toen het verzet tegen de Duitsers toenam kwamen er speciale concentratiekampen in Amersfoort en Vught.

Persoonlijkheid

De omstandigheden in de kampen waren erbarmelijk. Omwonenden deden verslag van uitgemergelde en afgebeulde gevangenen, waardoor lokaal al snel hulpacties ontstonden om de slachtoffers bij te staan. Het Nederlandse Rode Kruis, dat steeds meer onder invloed van de Duitse bezetter kwam, zette zich volgens de Geneefse Conventie formeel alleen in voor krijgsgevangenen en niet voor politieke gevangenen of landgenoten die werden gedeporteerd. Dat vrijwilligster Loes van Overeem toch toegang kreeg tot de kampen was dan ook vooral aan haar persoonlijkheid te danken.


Teruggekeerde Nederlandse krijgsgevangenen in 1940. De Conventie van Genève gaf het Rode Kruis geen rol in het helpen van politieke gevangenen of vervolgde landgenoten. Foto: Beeldbank NIOD

Van Overeem wist in 1943 met enige hulp door te dringen tot Wilhelm Harster, de ambtenaar die als bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de SD de leiding had over de concentratiekampen in ons land. De Duitsers, die orde en discipline hoog in het vaandel hadden, waren onder de indruk van haar leiderschapskwaliteiten en organisatietalent. Toen Van Overeem aangaf dat ze iets voor de kampgevangenen wilde betekenen gaven ze haar en haar man toestemming om met kampcommandanten te onderhandelen over hulp aan de gedetineerden. Als enige, want volgens het Duitse Führerprinzip kon er maar één verantwoordelijk zijn.


Gevangenen in Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Foto: Beeldbank NIOD

Het begon met medische hulpmiddelen als injectienaalden en röntgenapparatuur, maar groeide al snel uit tot een zelfstandige Dienst voor Speciale Hulpverlening die vrijwel wekelijks complete voedselpakketten verzorgde. Die werden op vijftien plaatsen in het land samengesteld uit tonnen voedsel, gedoneerd door bedrijven en particulieren. De dienst viel formeel wel onder het Rode Kruis, maar Van Overeem moest van de bezetters persoonlijk verantwoording afleggen voor de uitvoering en voor de inhoud van de pakketten.

Spion

Dat Loes van Overeem voortaan als enige met commandanten over kampgevangenen mocht spreken heeft haar reputatie lange tijd geschaad. Door haar onpartijdige opstelling rezen van beide kanten vermoedens dat ze een spion van de vijand was. Het frustreerde andere hulpverleners en weldoeners bovendien dat zij hun toegang tot de kampen waren kwijtgeraakt. Voortaan verliepen alle voedselacties via Van Overeem.


Als je haar bemoedigende ogen zag kon je er weer een dag tegenaan. Foto: Collectie Kamp Amersfoort

Gedetineerden die haar zagen kenden Van Overeem juist een haast mytische status toe. Toen zij verscheen verbeterden hun omstandigheden voorzichtig, maar vooral moreel betekende de hulp die Van Overeem bracht veel. Als je haar bemoedigende ogen zag kon je er weer een dag tegenaan, een engel, zo werd ze omschreven. "Bedankt, heel hartelijk bedankt!" schreef een ander haar aan het eind van de oorlog. "Moge U en Uw werk in de maanden, dat het nog nodig is, stil doorgaan tot opbeuring, geestelijk en lichamelijk van al die duizenden, waaronder ik ook maandenlang heb behoord."

Bidden en smeken

Zelf realiseerde Van Overeem zich maar al te goed dat het brengen van voedselpakketten betekende dat zij en haar medewerkers meer zicht kregen op wat er in de kampen en gevangenissen gebeurde. Vanuit de Conventie van Genève, waar het Rode Kruis zich strikt aan hield, kon ze feitelijk weinig voor politieke gevangenen doen, maar met dringend verzoeken, bidden en smeken kwam ze alsnog een heel eind.


Voedsel in Kamp Amersfoort, 1943. Foto: Beeldbank NIOD

"Gelukkig hebben we zo weerzinwekkende plannen als het inrichten van een bordeel in het kamp te Vught kunnen voorkomen" schreef ze later. "De sterk demoraliserende invloed van de zogenoemde 'blok-oudsten', die al van 1933 af gevangen zaten, en de andere gevangenen op sluwe en door trapte wijze onder hun invloed wisten te krijgen en te houden, hebben wij kunnen verminderen. Dit alles is mogelijk nog wel van meer waarde geweest dan de goede gaven wie wij geregeld de kampen binnenbrachten."

Bevrijding

Na de ellendige hongerwinter waarin het geallieerde front bij de grote rivieren was blijven steken en de Duitse terreur toenam naderde in 1945 ook voor Kamp Amersfoort de bevrijding. Maar eerst werden op 8 maart 49 gevangenen doodgeschoten als vergelding voor een verzetsactie waarbij SS-leider Hanns Rauter zwaargewond was geraakt. Commandant Berg voerde zelf het vuurpeloton aan op de schietbaan bij zijn kamp. Zijn plaatsvervanger, de moorddadige Joseph Kotalla, voltrok de massa-executie met enkele metgezellen.

 


In Amersfoort zijn naar schatting 350 gevangenen geëxecuteerd. Na de bevrijding moest Karl Peter Berg aanwijzen waar de massagraven waren, zodat de slachtoffers een eervolle herbegrafenis konden krijgen. Foto: Collectie Kamp Amersfoort

Met het naderen van de bevrijders werd de toestand onder de kampleiders nerveuzer. De Duitsers begonnen dossiers te verbranden en maakten zich gereed om te vertrekken. Kampbeul Kotalla bracht 83 gevangenen over naar het Oranjehotel in Scheveningen en Berg en zijn staf volgden om daar het commando over te nemen.

Loes van Overeem ontfermde zich over de achterblijvers in het kamp, met de formele toestemming die ze op 19 april van de bezetters kreeg. "Dat hebben ze gedaan", schreef ze later, "omdat ik met dezelfde klem als toen ik er kwam, zei: dit zal geen tweede Vught worden. Hier wordt niemand doodgeschoten. Ik wil het kamp overgedragen krijgen." Dokter Bob van Overeem werd aangesteld als kamparts.

Neutraal gebied

En nu waren de 475 overgebleven gevangenen, hoe ziek en verzwakt ook, eindelijk vrij. Het eerste dat Van Overeem, staand op een stoel, als nieuwe commandant deed was vragen om een minuut stilte voor allen die hier het leven hadden gelaten. Deze vreselijke plaats heette niet langer Polizeiliches Durchgangslager maar Rode Kruiskamp.


"Dit zal geen tweede Vught worden. Hier wordt niemand doodgeschoten." Foto: Beeldbank NIOD

Het Duitse gezag - dat buiten de hekken nog altijd gold, ook al lag het kamp inmiddels midden in de frontlinie - had bepaald dat het terrein niet mocht worden gebruikt als opvang voor militaire of andere doeleinden. Het gold als neutraal gebied en Van Overeem hield iedereen veilig binnen tot heel Nederland bevrijd zou zijn.

Binnenlandse Strijdkrachten

Even dreigde het nog mis te gaan. De Binnenlandse Strijdkrachten die met de geallieerden oprukten, trokken buiten het kamp de wacht op, om te voorkomen dat de Duitsers de gevangenen eventueel alsnog zouden afvoeren of executeren. Op 30 april liepen de gewapende Nederlanders het terrein op en daarmee overtraden ze de belangrijkste instructie die Van Overeem had meegekregen: het kamp moest een niemandsland blijven.


Ziekenzaal Rode Kruiskamp. De meeste van de 475 achtergebleven gevangenen waren te zwak om naar huis te gaan. Foto: Beeldbank NIOD

Een Duitse officier die ervan had gehoord kwam met dertig militairen verhaal halen en eiste dat Van Overeem de mannen zou uitleveren. Terwijl Van Overeem de woedende nazi trotseerde kregen de BS'ers intussen snel andere kleren aan en werden hun wapens verstopt, zodat ze niet meer opvielen tussen de gevangenen. Uiteindelijk vertrokken de Duitsers zonder de onvoorzichtige BS-leden te vinden.

Wonden helen

Op 4 mei werd bekend dat de Duitsers Nederland definitief hadden opgegeven. De volgende morgen, op 5 mei, sprak Van Overeem de gevangenen toe: "Slaat allen uw handen ineen, om na terugkeer uw gezin weder gelukkig te maken, en er eendrachtig naar te streven de wonden van de Duitse overheersing te helen." Ze pleitte als altijd voor een menselijke uitweg zonder verbittering. "Wees barmhartig, maar werk daarnevens mede aan een rechtvaardige berechting van hen, die het Nederlandse volksleven in de oorlog hebben geschaad, doch laat u daarbij niet door persoonlijke haatgevoelens leiden."


De geallieerden rijden door de poort van het voormalige concentratiekamp, 7 mei 1945. Foto: Beeldbank NIOD

Van Overeem liet de Nederlandse vlag hijsen en nog geen twee uur later verlieten een kleine honderd mannen het voormalige concentratiekamp. Op 7 mei namen de Canadezen het terrein over. Van Overeem bleef echter tot ook de allerlaatste gevangene voldoende aangesterkt was om naar huis te gaan.


Repatrianten in quarantaine en afgescheiden in het midden NSB-vrouwen en moffenmeiden. Foto: Archief Eemland

Voormalig Kamp Amersfoort werd na de oorlog onder meer gebruikt als verzamelplaats om Duitse militairen te ontwapenen, opvang voor gerepatrieerde Nederlanders, interneringskamp voor collaborateurs, NSB-vrouwen en moffenmeiden en vanaf 1951 voor de opvang en medische controle van Molukkers die hun land waren ontvlucht.

Nazi-officieren

Na de oorlog verbaasde de Witte Engel, zoals Van Overeem nu bekend was, nog velen door zeven jaar lang gearresteerde NSB'ers te steunen en terdoodveroordeelde nazi-officieren bij te staan in de laatste uren voor hun executie. Ze bleef als Rode Kruisvrijwilligster de beginselen van onpartijdigheid trouw. Zo kort na de oorlog waarin het onderscheid tussen 'goed' en 'fout' nogal nadrukkelijk werd gemaakt bleef ze door haar contacten met hooggeplaatste Duitsers in Nederland een 'besproken' vrouw.


Loes van Overeem bleef na de oorlog lange tijd een 'besproken' vrouw. Foto: Beeldbank NIOD

Het heeft lang geduurd voor Loes van Overeem officiële erkenning kreeg voor haar werk. In 1979, een jaar voor haar dood, ontving ze de Henry Dunant Medaille. De zeer exclusieve onderscheiding van het Internationale Rode Kruis wordt één keer per twee jaar aan hooguit vijf mensen toegekend. De Nederlandse overheid heeft nooit een blijk van waardering gegeven.

Loes van Overeemlaan

In 2008 werd bij de herdenking van de bevrijding van Kamp Amersfoort de Appelweg langs het terrein omgedoopt tot Loes van Overeemlaan. Het straatnaambord werd onthuld door Nico van Hasselt, een van de honderden kampgevangenen die aan Van Overeem veel dank verschuldigd waren.

"Jij bent ernstig ziek", had de Witte Engel in 1944 met een dikke knipoog tegen Van Hasselt gezegd. Met één pennenstreep werd hij in de ziekenboeg opgenomen en verdween zijn naam van de transportlijst voor concentratiekamp Neuengamme.