Sjoerd Bartels en Julia van Laar reisden op 20 januari 1944 naar Tienhoven. Daar traden ze in het geheim in het huwelijk onder hun echte namen Sándor Baracs en Hester van Lennep.

Karel Baracs, stadsverteller van Amsterdam, verhaalt nog vaak van het verboden huwelijk van zijn ouders. Sinds 1942 was het in Nederland niet toegestaan om Joden en niet-Joden in de echt te verbinden. Toch vroeg Hester haar geliefde Sándor ten huwelijk.

Wapeninstructie

Sándor Baracs was een Hongaarse Jood die zich in 1930 tot Nederlander had laten naturaliseren. Al voor de oorlog waarschuwde hij zijn omgeving voor het gevaar van het fascisme en oefende hij zich in het gebruik van wapens, vertelt Karel. Bij een geheime wapeninstructie aan vrienden in een huis in Amsterdam-Zuid ontmoette hij het prachtige meisje Hester van Lennep.

Als Sándor Baracs doorkrijgt dat hij door de Duitsers wordt gezocht duikt hij onder en neemt hij de schuilnaam Sjoerd Bartels aan. Hij wordt verzorgd door Hester, die zich tegen de nazi's verzet door kinderen van opgepakte Joden in veiligheid te brengen. Ze vraagt Sándor om haar daarbij te helpen en hij stemt volmondig toe.

Verboden liefde

Tussen de twee bloeit een innige, maar door de Duitsers verboden liefde op. En dan neemt Hester, die nu onder de schuilnaam Julia van Laar leeft, een besluit dat hun zoon Karel nog altijd beschouwt als haar grootste daad van verzet: ze wil met Sándor trouwen. Ze laat zich niet door Adolf Hitler voorschrijven met wie ze een huwelijk wil. Dat Sándor Jood is doet er voor haar niet toe.

Een van hun verzetsvrienden weet dat in het Utrechtse dorpje Tienhoven burgemeester Van den Hoorn mensen trouwt voor de Nederlandse wet. Op 20 januari spreken ze af op het Centraal Station van Amsterdam en samen met hun vrienden die zullen getuigen reizen per trein en bus naar Tienhoven.

Broodjes

Burgemeester Van den Hoorn en zijn vrouw hebben het huwelijk al voorbereid en met gespaarde bonnen broodjes besteld. Het illegale huwelijk moet geheim blijven voor de dorpelingen en daarom vertrouwt de burgemeestersvrouw de vrouw van de bakker toe dat ze hoge heren van de ruilverkaveling verwacht. Ze weet natuurlijk dat het gerucht zich binnen de kortste keren door het hele dorp zal verspreiden.

Om hun dekmantel te versterken maken Van den Hoorn en drie mannen in het gezelschap een wandeling door Tienhoven. De burgemeester praat tussen de gesprekken over het verzet door af en toe over de waterstanden in de omgeving, zo luid dat passanten het goed kunnen horen.

Trouwboekje

Eenmaal in de trouwzaal worden schilderijen van landschappen omgedraaid, zodat er foto's van koningin Wilhelmina, Bernhard, Juliana en de prinsesjes zichtbaar worden. Op tafel ligt het trouwboekje klaar, met in krullerige gouden letters de namen die de bruid en bruidegom al zo lang niet meer gebruiken: Hester van Lennep en Sándor Baracs.

Burgemeester Van den Hoorn spreekt over vrijheid en over de toekomst van Nederland, die beter zal zijn. En, zegt hij, als de Nederlanders ooit bevrijd zullen worden, dan zullen ze dat te danken hebben aan de mensen die de moed hebben gehad om hun nek uit te steken en zich te verzetten.

Man en vrouw

Als man en vrouw reizen Sándor en Hester terug naar Amsterdam. Het bruidspaar moet nog meer dan een jaar geduld hebben tot Nederland bevrijd is. Na de oorlog schenkt het echtpaar Van den Hoorn hen een schilderij van de Tienhovense molen de Trouwe Wachter.

Burgemeester Van den Hoorn vertelt hen dat de molen in de oorlog een belangrijke rol speelde. Wanneer de Duitsers in aantocht waren zette de molenaar de wieken in de waarschuwingsstand, zodat boeren en de talloze Joden die rond Tienhoven ondergedoken zaten zich in de rietlanden konden verstoppen. Het schilderij is een herinnering aan het bijzondere huwelijk dat in 1944 werd gesloten tussen twee leden van het verzet.